Arbo wetgeving noodverlichting
Artikel 3.7 Veilig gebruik van vluchtwegen en nooduitgangen
- 3.7.5 De vluchtwegen en nooduitgangen die bij het uitvallen van de verlichting slecht zichtbaar zijn, zijn voorzien van een adequate noodverlichting. (Vluchtwegverlichting)
- 3.7.6 De vluchtwegen, de deuren en poorten op het traject van de vluchtwegen alsmede de nooduitgangen zijn gemarkeerd door signalen die voldoen aan het bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8 bepaalde. (Vluchtwegaanduiding)
Artikel 3.9 Noodverlichting
Arbeidsplaatsen waar werknemers bij het uitvallen van het kunstlicht aan bijzondere gevaren zijn blootgesteld, zijn voorzien van een adequate noodverlichting (verlichting van werkplekken met verhoogd risico en antipaniek verlichting).
Arbo Beleidsregels, 3.9 Noodverlichting
1. Om aan het gestelde in artikel.3.9 en artikel 3.7, vijfde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit te voldoen, bedraagt de verlichtingssterkte van de noodverlichtingsinstallatie op arbeidsplaatsen en op vluchtwegen minimaal 1 lux op vloerhoogte vanaf 15 seconden na het uitvallen van de normale elektriciteit tot één uur daarna.
2. Indien bij uitval van de normale verlichting werkzaamheden moeten worden verricht (of dringende handelingen bij calamiteiten), dan levert de noodverlichtingsinstallatie zoveel licht dat deze werkzaamheden zonder bezwaar kunnen worden uitgevoerd.




